Monthly Archives: July 2016

WETENSCHAPPELIJKE – KORAANSE – THEOLOGIE, KORAANSE – WETENSCHAPPELIJKE – THEOLOGIE EN KORAANSE – HARMONIEUZE THEOLOGIE

 

 

 

                WETENSCHAPPELIJKE – KORAANSE – THEOLOGIE,           KORAANSE – WETENSCHAPPELIJKE – THEOLOGIE EN

                        KORAANSE – HARMONIEUZE THEOLOGIE:

 

MET VOORBEELDEN UIT DE ASTRONOMIE EN DE NATUURKUNDE

 

            Ter Informatie: Een Holistische Evaluatie van de Koran in zijn                                        ‘Bijzonderheden’ en ‘Buitengewoonheden’.

 

                                                    Caner Taslaman

                                            Vertaling: Drs. Meral Kurt

 

Voordat de relatie tussen de Koran en de moderne wetenschappen wordt behandeld om theologische conclusies te trekken, moet ik sommige zeer belangrijke zaken benadrukken die daarvoor cruciaal zijn. De Koran is ‘één enkel Boek’ dat een heleboel belangrijke ‘bijzonderheden’ omvat. Uit dit ‘enkel Boek’ waar ‘buitengewoonheden’ zich voordoen zal ik slechts een klein deel behandelen. De buitengewoonheden die afkomstig zijn uit dit ‘enkel Boek’ maakt diens bijzonderheden keer op keer groter. De interessante relatie van de Koran met de moderne wetenschappen en diens ware significantie zal duidelijk worden met het benadrukken van diens algeheelheid en tevens met ons bewustzijn over het feit dat wij slechts een klein deel van dit geheel aan het licht kunnen brengen. Voordat ik de ‘buitengewoonheden’ uit de Koran zal behandelen aan de hand van voorbeelden, wil ik informeren over enkele zeer belangrijke ‘bijzonderheden’ uit het Boek:

 

  • De Koran biedt een ontologie met God als oriëntatiepunt, die een verklaring biedt voor het bestaan van het universum en het bestaan van de mens. Het is onmogelijk om een alternatieve rationele ontologie te bieden voor de Koran – en alle andere Monotheïstische religies -.

 

  • De Koran predikt het praktiseren van de aangeboden ontologie; het creëert een geheel van theorie-praktijk en herinnert aan het Wezen van God die centraal moet staan in het leven van de mens.

 

  • De Koran redt de mens van de verheerlijking van valse goden. Deze valse goden, waar de mens door de geschiedenis heen mee is geconfronteerd,  betreffen onder andere de zon, de maan, afgoden tot aan de eigen ego van de mens zelf (nafs).

 

  • De Koran geeft antwoord op de existentiële noodkreten van de mens omtrent vragen als ‘Waar kom ik vandaan?’ en ‘Waar ga ik naartoe?’.

 

  • De Koran toont aan de mens dat hij niet uit blinde toeval is ontstaan en biedt een ware doel voor zijn leven middels het aankondigen van het bestaan van zijn Schepper.

 

  • De Koran biedt een rationele fundering voor de morele wetten, die de basis vormen voor menselijke relaties/de samenleving.

 

  • De Koran vormt een bijzonderheid als Boek dat de leiding vormt voor meer dan één miljard van de mensheid, en tevens als Boek dat (buiten het gebed) het meest gelezen Boek is.

 

  • De Koran dient als ‘Het Koord van Allah op de wereld’ (Hablullah)[1] voor de mens, die niet aan zijn eindigheid kan ontkomen; voor het wegnemen van al zijn zorgen door de mogelijkheid om een relatie aan te gaan met zijn Schepper.

 

Al deze en ook meerdere, ‘bijzonderheden’ van dit ‘enkel Boek’ zal met het toelichten van de ‘buitengewoonheden’ ervan  nog meer betekenis krijgen. Deze bijzonderheden zijn niet terug te vinden in een selectie tussen duidenden onbeduidende boeken[2] en vormt ook geen verzameling van verscheidene boeken. Bovendien moet benadrukt worden dat, behalve de voorbeelden die worden gepresenteerd in dit werk die zijn gerelateerd aan astronomie en fysica, er meerdere velden zijn die niet in dit werk opgenomen kunnen worden, zoals biologie en geologie, die ons in staat stellen om te getuigen over de voortreffelijke uitdrukkingen die zijn opgenomen in slechts één enkel Boek, namelijk de Koran, en dat een holistische benadering van dit Boek onze getuigenis over de ‘voortreffelijkheid’ ervan zal doen toenemen.

 

Indien er voorbeelden zijn die minder bijzonder lijken, zal een holistische benadering van het ‘gehele plaatje’ ons helpen te vernemen dat ook deze vermeldingen van belang zijn. Ter verduidelijking van wat ik hiermee bedoel zal ik een verhaal over Mozes aankaarten, dat uitgebreid in de Koran wordt behandeld: Wij kunnen middels een holistische benadering de schuld van de ontkenners, die ondanks Mozes’ openbaringen/wonderen zijn boodschap verwierpen, evalueren. Allereerst, apart van het feit dat de wonderen die middels Mozes werden getoond, presenteerde Mozes’ openbaring bijzondere kenmerken –welke identiek aan of overeenkomstig met de eerder genoemde bijzondere kenmerken waren- die het verdienden om in geloofd te worden. Zo betuigde hij bijvoorbeeld een rationele, monotheïstische ontologie; hij verwierp het verheerlijken van mensen en afgoden; hij predikte over morele principen; hij verdedigde een religie die antwoord kon geven op de existentiële noodkreten van de mens. Naast deze ‘bijzonderheden’ is tevens aan Mozes overwinning verleend ten opzichte van de goochelaars; met zijn staf[3] is de zee in tweeën gespitst[4] en zijn degenen die tegen hem streden getroffen door plagen als overstroming, sprinkhanen en kikkers.[5] Dit totaalbeeeld, oftewel dat Mozes’ boodschap een ‘bijzonderheid’ vormt en dat elk ‘wonder’ wordt vertoond middels ‘één enkel persoon’, bevestigt dat  de boodschap van Mozes niet verworpen zou moeten worden. Daarbij kunnen sommigen van de reeds genoemde ayats/wonderen minder opmerkelijk doen lijken als anderen. Men zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat een sprinkhanenzwerm normaliter van tijd tot tijd verschijnt; waarmee geclaimd kan worden dat deze plaag niet zozeer een buitengewoonheid betreft. Echter, wanneer de zaak krachtens een ‘holistisch’ perspectief wordt bekeken en de bijzonderheden van de boodschap van Mozes worden samengevoegt zoals onder andere de rationaliteit van Mozes’ boodschap, zijn afkeer van afgodenaanbidding en zijn zingeving aan het leven, en men tevens stilstaat bij het feit dat al deze ‘bijzondere’ en ‘buitengewone’ ayats/wonderen gerelateerd zijn aan eenzelfde persoon die gebonden was aan een bepaalde plaats- en tijdperk, zal de sprinkhanenzwerm als ayat/wonder veel meer betekenis krijgen.

 

Waarom ik de verzameling van vele ‘bijzonderheden’ en ‘buitengewoonheden’ op eenzelfde plek benadruk kan begrepen worden met het volgende voorbeeld: Het is  opmerkelijk wanneer een loterij die zeer moeilijk te winnen is, met slechts een lot gewonnen wordt door een persoon. Echter is het opmerkelijker wanneer dezelfde persoon zonder enig bedrog steeds opnieuw de loterij wint met de aankoop van één enkel lot, waardoor men zal denken dat hier sprake is van een ‘buitengewone’ toestand. Dit zal helemaal het geval zijn wanneer dezelfde persoon ‘bijzonder’ is; als hij bijvoorbeeld de beste filosoof op de wereld is, daarbij de beste zanger, maar ook nog de beste voetballer, zal dit ertoe leiden dat het steeds opnieuw winnen van de loterij door deze persoon een uitmuntende zaak is. Dientengevolge moet, wanneer het ‘bijzonder’ zijn met een hoop ‘buitengewoonheden’ samensmelt, deze vermenging in acht worden genomen. Wanneer men stilstaat bij het feit dat in de Koran een hoop ‘bijzondere’ kenmerken samen met een hoop ‘buitengewoonlijke’ ayats/wonderen in een ‘enkel Boek’ samensmelten, dan kan de werkelijke waarde van deze ayats/wonderen als ‘totaalbeeld’ een stuk beter worden begrepen.

 

 

            Drie benaderingen omtrent de relatie tussen de Koran en Moderne                                                              Wetenschappen

 

 

Ik zal de verzen uit de Koran die overeenkomen met de moderne wetenschappen krachtens drie benaderingen behandelen. Deze benaderingen zullen in dit werk met slechts voorbeelden uit de astronomie en natuurwetenschappen besproken worden. Deze voorbeelden bieden een antwoord voor diegenen die het volgende over de Koran claimen: “Dit is slechts het woord van een mens”,[6] en biedt tevens bijdrage voor de Koraanse betuiging over dat er geen gelijkenis van de Koran tot stand gebracht kan worden.[7] De drie benaderingen, waarvan ik elk met drie voorbeelden zal behandelen in de volgende alinea’s, zijn:

 

  • De eerste benadering betreft dat de Koran omtrent de tijd waarin deze geopenbaard werd en de kennis waarover men toen beschikte, met het oog op de relatie die de Koran legt met de moderne wetenschappen, onmogelijk het woord van een mens of een uit mensen bestaande gemeenschap kan zijn. Deze benadering noem ik ‘Koraanse-Wetenschappelijke-Teologie’ omdat deze bijdraagt aan de fundering van diens Goddelijke aard en tevens om de beweringen over diens zogenaamde menselijke aard te weerleggen, daar de Koran zelf de basis vormt voor onze theologische beweringen wanneer wij de Koran als bewijs op zich presenteren omtrent diens relatie met de moderne wetenschappen.

 

  • De tweede benadering betreft het interpreteren van de Koranverzen middels pré-aanvaardingen, die het vertrekpunt vormen van de feiten van de moderne wetenschappen. Van de tafsirs (interpretaties van de Koran) die in loop der geschiedenis hebben plaatsgevonden,  zullen daarom de interpretaties die het meest overeenkomen met de moderne wetenschap voorrang krijgen op het gebied van voorbeelden bij de benadering in dit werk; echter is het ook belangrijk dat, indien een betekenis niet vermeld is in de tafsirs, dit niet geforceerd als een uiting van de Koran gepresenteerd zou moeten worden. Deze benadering noem ik ‘Wetenschappelijke-Koraanse-Theology’, waarvan het vertrekpunt de moderne wetenschap is, waar bij het interpreteren van de Koran hiervan gebruik wordt gemaakt en daarmee ook theologische uitspraken gedaan kunnen worden.

 

  • De derde benadering betreft het aanduiden dat het relateren van de Koraanse harmonie aan toeval of menselijk talent een onnozele visie is. Op dit gebied zal ik voorbeelden noemen omtrent de relatie tussen de genoemde getallen uit de Koran en astronomische fenomenen. (‘De harmonie van de Koran’ kan ook met andere voorbeelden worden gesupporteerd, echter zal in dit werk de focus worden gelegd op een dergelijk support) Mijn inspiratiebron op dit gebied is in de eerste plaats Abdurrezzak Nevfel’s boek ‘El-I’cazu adedü’l Kuran-i Kerim’. De mathematische uitdrukkingen in de Koran die leiden tot interessante indicaties zijn een van de meest genegeerde bijzonderheden van de Koran. Als oorzaak hiervan kan ik het volgende noemen: Ten eerste de overvloed aan slechte voorbeelden omtrent dit onderwerp, ten tweede zaken als bijgeloof die zijn ontstaan in loop der geschiedenis en ten derde –ondanks hun tegengestelde habitus- het geen goede relatie (kunnen) leggen van de grote Islamitische denkers –onder andere Kindi, Farabi, Ibn-Sina en Harezmi- met de mathematische wetenschappen. Deze belemmeringen kunnen worden overwonnen waarbij voor de eerste oorzaak het principe geldt dat een slecht voorbeeld niet als voorbeeld kan dienen; voor de tweede oorzaak dat geforceerde toelichtingen en aan de menselijke grilligheid onderworpen interpretaties niet als de boodschap van de Koran wordt erkend; en voor de derde oorzaak dat door opnieuw een goede relatie te leggen tussen Islam deskundigen en de wetenschap waarvan mathematiek de fundering vormt. Deze benadering, waarbij ik voorbeelden zal geven van begrippen uit de Koran die in hun totale verschijning een harmonie vormen, benoem ik ‘Koraanse-Harmonieuze-Theologie’.

 

 

                                   Koraanse-Wetenschappelijke-Theologie

 

 

De volgende drie voorbeelden kunnen worden gegeven omtrent het feit dat het onmogelijk is dat bepaalde uitspraken uit de Koran die middels de ontwikkelingen van de moderne wetenschappen verhelderd zijn, 1400 jaar terug door een persoon of een gemeenschap is verzonnen.

 

  • De hemel hebben Wij duurzaam gebouwd; Wij hebben het vermogen. [8]

 

Dit punt, wat in Soera Adh-Dhariyat de aandacht trekt, vormt sinds duizenden jaren een onderwerp binnen de filosofie en wetenschap waaromtrent hevig wordt gediscussieerd, wat daarmee een zeer belangrijk onderwerp uit de intellectuele geschiedenis vormt. Vragen als ‘Is het universum oneindig of heeft het een einde?’ zijn door filosofen en wetenschappers op drie verschillende manieren beantwoord. De groep waar ook Aristoteles deel van vormt heeft verdedigd dat het universum vaste grenzen heeft.[9] De tweede groep, waar Newton aanhanger van is, claimde daarentegen dat het universum geen grenzen heeft en daarmee oneindig is.[10] De derde groep, waar Kant zich bij aansluit, meende op zijn beurt dat het menselijke intellect het dilemma omtrent dit onderwerp niet kan ontrafelen.[11] Dit onderwerp, wat velen hebben beschouwd als een onoplosbaar probleem is in de jaren 1920, krachtens de formules van Einstein, op onafhankelijke wijze van elkaar verklaard door het werk van Georges Lemaitre en Alexander Friedmann, wat, met diens theorieën over de noodzakelijkheid van een universum dat zich uitbreidt, tot een keerpunt omtrent deze discussie heeft geleid.[12] Kort hierna is de uitbreiding van het universum ook door Hubbles’ observaties door middel van zijn telescoop bevestigd.[13] Alle observaties en bevindingen die hierna hebben plaatsgevonden, hebben deze ontdekking over de uitbreiding van het universum bevestigd.

 

Net als dat het niet waar is dat het universum grenzen heeft, zoals Aristoteles heeft beweerd, is het ook niet waar dat het universum grenzeloos is, zoals Newton dacht; het universum heeft namelijk dynamische grenzen die zich uitbreiden, wat vòòr de jaren 1920 enkel is vermeld in de Koran. Als het mogelijk zou zijn om het universum van buitenaf te observeren, dan zou wellicht een van de eerste opmerkingen die wij daarover zouden maken zijn dat het universum zich uitbreidt. Het lijkt mij uitgesloten dat profeet Mohammed een astrofysicus was die een goed ontwikkelde telescoop verborg in de woestijn waarmee hij de uitbreiding van het universum heeft ontdekt, of, dat hij hierover willekeurig een uitspraak heeft gedaan.

 

In het licht van dit voorbeeld zal ik ook antwoord proberen te geven op een veelgestelde vraag. Deze vraag luidt: ‘Waarom doen moslims geen onderzoeken ter ontdekkingen, indien in de Koran directe vermeldingen staan waarvan de waarheid ervan door middel van de moderne wetenschappen zijn ontdekt?’ Ik kan zeggen dat degenen die deze vraag stellen onwetend zijn over wetenschappelijke ontdekkingen en wetenschappelijke methodologie. De wetenschap komt tot een ontdekking, in tegenstelling tot de Koran die een directe vermelding doet, krachtens het blootleggen van oorzakelijke relaties en daarnaast vaak ook door middel van reeds ontdekte zaken waarmee nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen worden gemaakt. Voor het uitvinden van een wetenschappelijke uitspraak van de Koran moet daarmee gebruik worden gemaakt van wetenschappelijke methoden en daarnaast van wetenschappelijke verzamelingen die in de loop der honderden en soms duizenden jaren zijn overgeleverd. Voor het ontdekken van de uitbreiding van het universum is bijvoorbeeld allereerst de basis nodig geweest voor het tot stand kunnen brengen van Einstein’s formules, vervolgens de formules van Einstein, wetenschappelijke kennis over het observeren met een telescoop zoals bijvoorbeeld de Doppler Effect, binnen de optische wereld de uitvinding en ontwikkelingen van de telescoop en daarnaast de overtreffing van vele reeds bestaande zaken, zoals het bouwen van de Hubble Telescoop, waarvoor een budget van honderden miljoenen dolars zijn verleend. Bij het zetten van nieuwe stappen –zoals bij de uitvinding over de uitbreiding van het universum- komt het vaak genoeg voor dat onverwachte uitkomsten zich voordoen. De methodologie en natuur van de wetenschap benodigd het nemen van wetenschappelijke methodologische stappen. Wetenschap vereist dat fenomenen worden geobserveerd, mathematische formules ontwikkeld en dat integraties systematisch worden verwezenlijkt. Terwijl de Koran directe uitspraken doet, verstrekt het in tegenstelling tot de wetenschap geen informatie over middelen als formules of telescopen voor de wetenschap, om de uitspraak te achterhalen.[14] Vandaar dat degenen die de Koran lezen zich afvragen waarom zij deze in de Koran genoemde fenomenen niet kunnen herleiden middels wetenschappelijke methodes; zij overwegen namelijk niet de natuur van de wetenschappelijke methodologie en de directe vermelingen van de Koran. Het voorbeeld dat ik heb gegeven bij de evaluatie omtrent de ‘uitbreiding van het universum’ is tevens van toepassing op meerdere voorbeelden wat betreft de relatie tussen de moderne wetenschappen en de Koran.

 

2- Hebben zij die ongelovig zijn dan niet gezien dat de hemelen en de aarde een samenhangende massa waren? Wij hebben ze toen van elkaar gescheiden en Wij hebben uit water al het levende gemaakt. Zullen zij dan niet geloven?[15]

 

In de 17e eeuw bood Newtons uitvindingen voor het eerst  gedetailleerde wetenschappelijke kennis over de kosmologie. Echter was de mens pas sinds de 1920er  jaren in staat om gedetailleerde wetenschappelijke kennis over de kosmologie (ontwikkeling van het universum) te verkrijgen. Wanneer Lemaitre en Friedmann’s model van het universum dat zich uitbreidt mentaal wordt teruggespoeld, worden wij geconfronteerd met een situatie waarbij ‘hemel en aarde een aangrenzende massa’ vormden. In loop der tijd is dit model, dat het begin van het universum omschrijft als een toestand waar alles verenigd was, bekend geworden als de ‘Big Bang’ (de Oerknal). Alle tegenwerpingen van dit model zijn door middel van wetenschappelijke bewijzen weerlegd. Daarin bevinden zich onder andere de ontdekkingen van overgebleven bestralingen uit de beginfase van het universum,[16] en tevens het feit dat dit model de beste verklaring biedt over de ontwikkelingen die zijn gerelateerd aan de            micro-wereld[17].

 

Met vers 30 uit soera 21- Al-Anbiya, waarin wordt vermeld dat “de hemel en de aarde gesloten waren en dat Wij ze dan hebben geopend”, wordt gerefereerd naar het universum-model dat op grond van de Big Bang theorie is vastgelegd. Dit onderwerp, dat een van de meeste fundamentele significanties vormt van filosofie en wetenschap, is in geen enkele andere bron vòòr de Koran terug te vinden. Het zou helemaal niet logisch zijn om te beweren dat een dermate openlijk genoemde verklaring een willekeurige uitspraak, per toeval, of een door Profeet Mohammad’s ‘persoonlijke bekwaamheid’ vermelde teken zou zijn. Bovendien is de wijsheid van deze vers meer dan 1300 jaar na de openbaring ervan begrepen; daarmee is het zelfs mogelijk dat in de tijd van de profeet een dergelijke uitspraak het onderwerp van spot jegens hem had kunnen zijn. Ook is onmogelijk dat de profeet in de tijd waarin hij leefde over dergelijke soort kennis zou kunnen beschikken, echter is het, indien het toch wel mogelijk zou zijn, niet logisch dat een persoon die ‘een religie verzint voor eigenbelang’, zoals ontkenners claimen, hiervoor een dergelijke uitspraak zou doen wat tégen hem zou kunnen werken. Wanneer wordt geaccepteerd dat God, die de waarheid ongeacht enige consequenties van dien verklaart, de Koran heeft neergezonden, dan staat deze hele zaak niet meer ter discussie.

 

Dankzij het universum-model waar deze vers naar refereert kan een op wetenschap en filosofie gebaseerde antwoord gegeven worden op de atheïstische bewering dat het universum/materie oneindig is en tevens de oorsprong van alles vormt.[18] Per slot van rekening is het doel van geen enkele vers uit de Koran dat een wonder zichtbaar wordt, dat iets waar mensen geen kennis over hebben wordt vermeld zodat de waarde ervan op een dag begrepen zal worden, of dat het als een wonder wordt gezien. Het feit dat zaken waar 1400 jaar geleden in de Koran naar worden gerefereerd nu pas worden begrepen in het licht van de moderne wetenschap is een ‘wonder’, maar de openbaringen van verzen vormen uiteraard een hoger doel: God refereert naar fenomenen door middel van deze verzen en tevens naar de lessen en conclusies die wij krachtens deze verzen kunnen trekken, dat wil zeggen dat ook de inhoud van de vers erg belangrijk is. Alle ‘buitengewoonheden’ uit de Koran worden verklaard in verzen met een betekenisvolle inhoud.

 

3- Toen wendde Hij zich tot de hemel die rook was en Hij zei ertegen en tegen de aarde: “Komt, goedschiks of kwaadschiks.” Zij zeiden beide: “Wij komen goedschiks.” [19]

 

Uit de Koran begrijpen wij dat voordat het universum en de aarde diens huidige vorm hadden aangenomen, zij zich in een ‘gasfase’ bevonden. Het universum bestond in het eerste stadium uit de ‘gasfase’ die voornamelijk bestond uit de atomen waterstof en helium.[20] De overige atomen zijn, door de sterren die zijn ontstaan als resultaat van fysische processen, tot stand gekomen. Net als dat het onmogelijk is voor iemand die 1400 jaar geleden met het blote oog het universum observeerde  te weten dat het universum een ‘gasfase’ heeft doorstaan, is het ook onmogelijk dat een dermate belangrijke wetenschappelijke waarheid, die in de 20e eeuw is ontdekt, een toevallige uitspraak zou kunnen zijn.

 

 

                        Wetenschappelijke-Koraanse-Theologie

 

 

Wetenschappelijke-Koraanse-Theologie; hiermee wil ik uitdrukken dat de ontdekkingen van de moderne wetenschap het vertrekpunt vormen waarmee, in het licht van deze ontdekkingen, Koranverzen worden geïnterpreteerd. In het toepassen van deze methode moet men zich behoeden voor dwaze en geforceerde benaderingen van Koranverzen. De benadering die hier wordt toegepast is minder ijverig en tevens voorzichtiger ten opzichte van de Koraanse-Wetenschappelijke-Theologie. Echter, het verkrijgen van gegevens door middel van deze benadering – hoewel deze bescheiden zijn- resulteert in theologische conclusies die laat zien dat de Koran –zonder het forceren van enige betekenis- geschikt is voor interpretaties die gekoppeld zijn aan de bevindingen van de moderne wetenschap. Het zou kunnen dat sommige voorbeelden die onder het onderwerp Wetenschappelijke-Koraaanse-Theologie vallen ook kunnen worden toegepast op het onderwerp Koraanse-Wetenschappelijke-Theologie, waar de Koran het vertrekpunt vormt. Een van de redenen waarom ik deze voorbeelden onder dit onderwerp behandel is om de aandacht te leggen op dat in de relatie tussen de Koran en de moderne wetenschappen er ook nog een alternatief is voor diegenen die een bescheidener en een onberispelijke benadering prefereren. Indien men wenst, dan kan hij sommigen van de drie voorbeelden hieronder bestuderen onder het onderwerp Koraanse-Wetenschappelijke-Theologie; echter zullen deze voorbeelden hier worden toegepast op hetgeen wat ik heb benoemd als Wetenschappelijke-Koraanse-Theologie:

 

  • Dankzij de moderne wetenschap hebben wij kennis vernomen over dat alle materie bestaat uit atomen en dat deze atomen wederom bestaan uit nog kleinere delen. Een van de belangrijkste informatie die micro-fysica ons verschaft is dat deze kleinere delen als paren bestaan. De beroemde natuurkundige Paul Dirac heeft op dit gebied voor zijn werk de Nobel Prijs voor Natuurkunde gekregen. Hierbij bestaan elektronen tegenover positronen, protonen tegenover antiprotonen en neutronen tegenover antineutronen. De kleinere delen van materie bestaat wederom uit paren: namelijk de ‘up’ quark tegenover ‘down’, ‘charm’ quark tegenover ‘strange’, ‘top’ quark tegenover ‘bottom’.[21] Daarmee bestaat alle materie in het universum uit delen die een koppel vormen/gepaard zijn. Dat wil zeggen dat, aangezien alle materie krachtens deze kleine delen uit paren bestaat, alle bestaande materie op zijn beurt ook uit paren bestaat. Met onze kennis hierover kan, met het betrekken van de volgende verzen uit de Koran, de harmonie tussen deze essentële informatie over het universum en de Koran worden ontdekt:

 

Geprezen zij Hij die alles geschapen heeft wat paarsgewijze voorkomt bij wat de aarde voortbrengt, bij hen zelf en bij wat zij niet weten. [22]

 

En alles hebben Wij paarsgewijs geschapen; misschien zullen jullie je laten vermanen. [23]

 

  • Het is een algemeen erkend dat Einstein’s ontdekking van de relativiteitstheorie een van de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen uit de 20e eeuw is.[24] Met deze theorie is bewezen dat tijd varieert bij verschillende snelheden en zwaartekrachtvelden, waardoor tijd niet onafhankelijk is van de massa en snelheden in het universum maar dat het daarentegen afhankelijk en ‘relatief’ is. Deze ontdekking heeft niet alleen aanmerkelijke gevolgen binnen de wetenschap, maar net zoveel in de filosofie en theologie.[25] Wanneer we aan de hand van deze kennis de Koran lezen en verzen tegenkomen waarin wordt vermeld dat ‘een dag’ gelijk staat aan duizend of vijftigduizend jaar, dan getuigen wij over de overeenkomst tussen de Koran en deze zeer belangrijke uitvinding van de moderne wetenschap:

 

Hij regelt het bestuur vanuit de hemel tot aan de aarde en dan komt het [weer] tot Hem op in een dag waarvan de maat volgens jullie berekening duizend jaren is. [26]

 

Waarlangs de engelen en de geest tot Hem opstijgen, op een dag die vijftigduizend jaren lang is.[27]

 

De moderne wetenschap toont aan dat het universum zich heeft ontwikkeld door verschillende fasen heen.[28] In vele tafsirs (vertalingen) van de Koran is de betekenis van het woord ‘dag’ (yawm) vertaald in de zin van ‘lange periodes’, zoals de bovenstaande verzen ook aangeven. Door middel van onze kennis die wij door de moderne wetenschap hebben verkregen begrijpen we dat, wanneer wij uit de Koran verzen lezen die gaan over de ‘schepping in zes dagen’, dit gelijk staat aan de ‘schepping in zes fasen/perioden’,[29] en dat de tafsirs waarin dit reeds is vermeld meer aanneembaar zijn dan de andere interpretaties. Daarmee is Wetenschappelijke-Koraanse-Theologie een methode die gebruikt kan worden om een selectie te maken tussen de verschillende tafsirs.

 

  • Een van de interessantste fenomenen van het universum is dat wanneer sommige grote sterren aan het einde van diens bestaan veranderen in zwarte gaten of in een pulsar (een type neutronenster). De eerste pulsar is ontdekt in het jaar 1967; toen Jocelyn Bell ontdekte dat bestraling zich verspreidt door middel van regelmatige en snelle slagen (pulses), werd in eerste instantie gedacht dat dit voortkwam uit verspreiding van signalen door buitenaardse wezens. De intrigerende kenmerken van pulsars zijn moeilijk te bevatten. Hoewel de aarde in 24 uur om zijn eigen as draait, draait een pulsar in een seconde meerdere malen om zijn eigen as. Wanneer sterren die groter zijn dan de zon worden omgezet tot een pulsar, worden deze zo klein dat het past in een stad op de aarde. Het gewicht van een lepeltje substantie pulsar staat gelijk aan honderden miljoenen tonnen.[30] Bij het lezen van de Koran is Mustafa Mlivo, met zijn kennis over pulsars, tot de conclusie gekomen dat de volgende verzen refereren naar pulsars:

 

  • Bij de hemel en de nachtster!
  • En hoe kom jij te weten wat de nachtster is?
  • De doordringende ster. [31]

 

Volgens Mlivo zijn pulsars hemellichamen die het meest overeenkomen met de kenmerken van de boven vermelde verzen en dat geen enkele andere hemellichaam verder voldoet aan deze kenmerken: Ten eerste betekent ‘Taariq’ bonzen/slag (Dit woord betekent ook ‘pad’, omdat reizigers tijdens het lopen hun voeten op de grond ‘slaan’). De pulsar staat wegens diens ‘bonzen’ vooraanstaand in zijn relatie tot hemellichamen; Dit hemellichaam heeft zijn naam dan ook verkregen uit het feit dat de straling die het door diens regelmatige bonzen uitstoot, lijkt op het bonzen van een polsslag. Er zijn zowel overeenkomsten tussen ‘ ‘tariq’ en ‘pulsar’ ‘ omtrent diens namen als dat de kenmerken van het woord ‘tariq’ overeenkomen met de kenmerken van ‘pulsars’. ‘Pulsars’ zijn sterren en dragen de eigenschappen van een ster zoals in de derde vers naar wordt gerefereerd. De sterke bestralingen en X stralen die een pulsar uitzendt voldoet tevens aan de doordingende eigenschap, zoals in vers drie wordt vermeld.[32] Bovendien is het waar dat de eigenschappen van een pulsar (diens rotatiesnelheid en gewicht), zoals in de tweede vers wordt vermeld, voor de mens moeilijk te bevatten is. Ik meen dat Mlivo een goed voorbeeld heeft gepresenteerd voor de interpretatie van de Koran dat is gebaseerd op kennis dat is verkregen door middel van de moderne wetenschap. Uiteraard moeten wij bij het maken van dergelijke opmerkingen erbij stilstaan dat zowel onze interpretaties van de Koran als onze wetenschappelijke kennis onjuist kunnen zijn, waardoor wij steeds opnieuw de betreffende zaken moeten examineren. Een dergelijke benadering zal ons helpen om verschillende interpretaties die zijn toegepast bij tafsirs gedurende de geschiedenis, zowel opnieuw te beoordelen als dat het ons zal helpen om de tafsirs te controleren en te corrigeren. Desalniettemin zullen onze nieuwe interpretaties en herzieningen wederom in de toekomst gecontroleerd en gecorrigeerd moetenworden.

 

 

Koraanse-Harmonieuze-Theologie

 

 

De verzen/wonderen die God middels Zijn boodschappers heeft vertoond hebben zich in verschillende vormen aan de mensheid voorgedaan: In de tijdperk van Mozes met  de kikkerplaag,[33] met Salih en zijn kameel[34] of toen Jezus sprak in zijn wieg,[35] waarbij deze van elkaar verschillende gebeurtenissen/openbaringen zijn voorgekomen. Ik ben ervan overtuigd dat, wanneer wij stilstaan bij de diversiteit van Gods openbaringen in de Koran, het vooroordeel van sommige mensen over dat de Koran geen mathematische fenomenen als inhoud kan hebben, fout is. Het boek van God, die het universum heeft geschapen volgens een mathematische formule, kan uiteraard mathematische fenomenen bevatten. Geniën als Newton hebben dan ook gezocht naar mathematische fenomenen in de Heilige Boeken.[36] Bovendien wordt in de Koran de aandacht getrokken naar ‘gecijferde boeken (kitabun markum);’[37] wat kan worden aangenomen als dat de verbintenis tussen de boeken en cijfers niet strijdig is met Sunnatullah (de onveranderlijke wetten van de natuur). Dat dit mogelijk kan zijn is uiteraard geen bewijs voor dat het daadwerkelijk zo is; echter heb ik de behoefte gehad voor een dergelijke introductie hier, omdat wij met betrekking tot dit onderwerp de niet-bevooroordeelde bewijzen dienen te evalueren en ik vaak getuige ben geweest van bevooroordeelde categorische afwijzingen omtrent deze zaak.

 

Ik kan hieronder drie voorbeelden geven over het voorkomen van woorden in de Koran, waar deze woorden overeenkomen met getallen die verwant zijn met universele fenomenen uit de astronomie. Ik heb de behoefte om te vermelden dat –wegens nadelen van slechte historische voorbeelden- bij deze benadering geen betekenis is ontleend aan iets wat zich niet in de Koran voordoet en dat niet een kleinste toevoeging plaats heeft gevonden aan de betekenis van de Koran. Met deze benadering waarbij de aandacht wordt gelegd op de buitengewoonheden van de Koran, dient de bescherming van de Koran die wordt vermeld in acht genomen te worden.

 

  • In de Koran wordt de enkelvoudige vorm van het woord‘yavm/yavman’, dat overeenkomt met ‘één dag’, in totaal 365 maal genoemd.[38] Het belang van dit getal is niet enkel diens relatie met ons kalender, maar vooral het feit dat het een astronomische fenomeen in relatie tot onze wereld weergeeft. Wanneer de aarde eenmaal rond de zon is gedraaid, heeft het tegelijkertijd 365 keer om zijn eigen as gedraaid; dat betekent dat er op aarde 365 maal ‘één dag’ – dag en nacht- plaats heeft gevonden. De aarde ondervindt in zijn stand ten opzichte van de zon 365 verschillende dagen. In de Koran wordt meervoudig de aandacht gelegd op de verschijning van dag- en nacht, wat een van de fenomenen van onze wereld is. De overeenkomst tussen het 365 keer voorkomen van het woord ‘yavm’ in de Koran in relatie tot het astronomische fenomeen ervan is uitermate indrukwekkend. De verzen waar in dit woord in totaal 365 maal wordt vermeld zijn de volgende:

 

 

Rij       Pas-     Rij       Pas-     Rij       Pas-     Rij      Pas-       Rij     Pas-    Rij     Pas-

Nr.       sage     Nr.       sage     Nr.       sage     Nr.      sage       Nr.     sage    Nr.    sage

1. 1:4 62. 7:51 123. 16:124 184. 26:87 245. 40:16 306. 57:13
2. 2:8 63. 7:53 124. 17:13 185. 26:88 246. 40:16 307. 57:15
3. 2:48 64. 7:59 125. 17:14 186. 26:135 247. 40:17 308. 58:6
4. 2:62 65. 7:163 126. 17:52 187. 26:155 248. 40:17 309. 58:7
5. 2:85 66. 7:163 127. 17:58 188. 26:156 249. 40:18 310. 58:18
6. 2:113 67. 7:167 128. 17:62 189. 26:189 250. 40:27 311. 58:22
7. 2:123 68. 7:172 129. 17:71 190. 26:189 251. 40:29 312. 60:3
8. 2:126 69. 8:41 130. 17:97 191. 27:83 252. 40:30 313. 60:6
9. 2:174 70. 8:41 131. 18:19 192. 27:87 253. 40:32 314. 62:9
10. 2:177 71. 8:48 132. 18:19 193. 28:41 254. 40:33 315. 64:9
11. 2:212 72. 9:3 133. 18:47 194. 28:42 255. 40:46 316. 64:9
12. 2:228 73. 9:18 134. 18:52 195. 28:61 256. 40:49 317. 64:9
13. 2:232 74. 9:19 135. 18:105 196. 28:62 257. 40:51 318. 65:2
14. 2:249 75. 9:25 136. 19:15 197. 28:65 258. 40:52 319. 66:7
15. 2:254 76. 9:29 137. 19:15 198. 28:71 259. 41:19 320. 66:8
16. 2:259 77. 9:35 138. 19:15 199. 28:72 260. 41:40 321. 68:24
17. 2:259 78. 9:36 139. 19:26 200. 28:74 261. 41:47 322. 68:39
18. 2:264 79. 9:44 140. 19:33 201. 29:13 262. 42:7 323. 68:42
19. 2:281 80. 9:45 141. 19:33 202. 29:25 263. 42:45 324. 69:35
20. 3:9 81. 9:77 142. 19:33 203. 29:36 264. 42:47 325. 70:4
21. 3:25 82. 9:99 143. 19:37 204. 29:55 265. 43:39 326. 70:8
22. 3:30 83. 9:108 144. 19:38 205. 30:12 266. 43:65 327. 70:26
23. 3:55 84. 10:15 145. 19:38 206. 30:14 267. 43:68 328. 70:43
24. 3:77 85. 10:28 146. 19:39 207. 30:43 268. 44:10 329. 70:44
25. 3:106 86. 10:45 147. 19:85 208. 30:55 269. 44:16 330. 73:14
26. 3:114 87. 10:60 148. 19:95 209. 30:56 270. 44:40 331. 73:17
27. 3:155 88. 10:92 149. 20:59 210. 30:56 271. 44:41 332. 74:9
28. 3:161 89. 10:93 150. 20:64 211. 31:33 272. 45:17 333. 74:46
29. 3:166 90. 11:3 151. 20:100 212. 32:5 273. 45:26 334. 75:1
30. 3:180 91. 11:8 152. 20:101 213. 32:25 274. 45:27 335. 75:6
31. 3:185 92. 11:26 153. 20:102 214. 32:29 275. 45:28 336. 76:7
32. 3:194 93. 11:43 154. 20:104 215. 33:21 276. 45:34 337. 76:10
33. 4:38 94. 11:60 155. 20:124 216. 33:44 277. 45:35 338. 76:11
34. 4:39 95. 11:77 156. 20:126 217. 33:66 278. 46:5 339. 76:27
35. 4:59 96. 11:84 157. 21:47 218. 34:30 279. 46:20 340. 77:12
36. 4:87 97. 11:98 158. 21:104 219. 34:40 280. 46:20 341. 77:13
37. 4:109 98. 11:99 159. 22:2 220. 34:42 281. 46:21 342. 77:14
38. 4:136 99. 11:103 160. 22:9 221. 35:14 282. 46:34 343. 77:35
39. 4:141 100. 11:103 161. 22:17 222. 36:54 283. 46:35 344. 77:38
40. 4:159 101. 11:105 162. 22:47 223. 36:55 284. 50:20 345. 78:17
41. 4:162 102. 12:54 163. 22:55 224. 36:59 285. 50:22 346. 78:18
42. 5:3 103. 12:92 164. 22:69 225. 36:64 286. 50:30 347. 78:38
43. 5:3 104. 14:18 165. 23:16 226. 36:65 287. 50:34 348. 78:39
44. 5:5 105. 14:31 166. 23:65 227. 37:20 288. 50:41 349. 78:40
45. 5:14 106. 14:41 167. 23:100 228. 37:21 289. 50:42 350. 79:6
46. 5:36 107. 14:42 168. 23:111 229. 37:26 290. 50:42 351. 79:35
47. 5:64 108. 14:44 169. 23:113 230. 37:144 291. 50:44 352. 79:46
48. 5:69 109. 14:48 170. 23:113 231. 38:16 292. 51:12 353. 80:34
49. 5:109 110. 15:35 171. 24:2 232. 38:26 293. 51:13 354. 82:15
50. 5:119 111. 15:36 172. 24:24 233. 38:53 294. 52:9 355. 82:17
51. 6:12 112. 15:38 173. 24:37 234. 38:78 295. 52:13 356. 82:18
52. 6:15 113. 16:25 174. 24:64 235. 38:79 296. 52:46 357. 82:19
53. 6:22 114. 16:27 175. 25:14 236. 38:81 297. 54:6 358. 83:5
54. 6:73 115. 16:27 176. 25:17 237. 39:13 298. 54:8 359. 83:6
55. 6:73 116. 16:63 177. 25:22 238. 39:15 299. 54:19 360. 83:11
56. 6:93 117. 16:80 178. 25:25 239. 39:24 300. 54:48 361. 83:34
57. 6:128 118. 16:80 179. 25:26 240. 39:31 301. 55:29 362. 85:2
58. 6:141 119. 16:84 180. 25:27 241. 39:47 302. 56:50 363. 86:9
59. 6:158 120. 16:89 181. 25:69 242. 39:60 303. 56:56 364. 90:14
60. 7:14 121. 16:92 182. 26:38 243. 39:67 304. 57:12 365. 101:4
61. 7:32 122. 16:111 183. 26:82 244. 40:15 305. 57:12

 

 

Aan de andere kant wordt in de Koran de derivaten van het woord ‘yavm’, dat dagen als betekenis heeft, in totaal 30 maal vermeld.[39] Volgens de maandkalender die moslims gebruiken voor onder andere het vasten en de bedevaart, heeft een maand 29 of 30 dagen. De maandkalender ontstaat doordat de maan in 29,53 dagen om de aarde heen draait.[40] Volgens wiskundige methodiek krijgen we bij het afronden van dit getal het cijfer 30 (Bovendien draait de aarde in 365,25 dagen om de zon, wat wordt afgerond in hele getallen als 365). De woorden ‘ayyam/yavmayni’ uit de Koran die ‘dagen’ betekent, komen in de volgende verzen voor:

 

 

 

 

 

Rij nr. Passage
1. 2:80                 Dagen: Ayyam
2. 2:184
3. 2:184
4. 2:185
5. 2:196
6. 2:203
7. 3:24
8. 3:41
9. 3:140
10. 5:89
11. 7:54
12. 10:3
13. 10:102
14. 11:7
15. 11:65
16. 14:5
17. 22:28
18. 25:59
19. 32:4
20. 34:18
21. 41:10
22. 41:16
23. 45:14
24. 50:38
25. 57:4
26. 69:7
27. 69:24
28. 2:203              Twee Dagen: Yavmayni
29. 41:9
30. 41:12

 

 

Wat bovendien van belang is, is dat hier het woord ‘ayyam’ 27 maal voorkomt. Hierover zal ik bij een volgende onderwerp terugkomen met betrekking tot de maan. Het begrip dag komt in verschillende soorten in totaal als volgt voor:[41]

 

 

Yavm (dag) 365
Yavmkhoem (jouw dag) 5
Yavmhoem (zijn dag) 5
Ayyam (dagen) 27
Yavmayni (twee dagen) 3
Yavmyzin (die dag) 70
475

 

 

  • Het begrip ‘maan’ (Qamar) komt in de Koran in alle derivaten in totaal 27 maal voor.[42] De siderale baanperiode van de maan is 27 dagen; dat wil zeggen dat bij de calculatie dat is gebaseerd op de sterren, de maan een baan heeft om de aarde van 27 dagen.[43] Het verschil dat zich voordoet wanneer de aarde om de zon draait wordt door de ‘maan’ binnen twee à drie dagen ingevuld, daarmee tellen de maanden van een maandkalender 29-30 dagen. Dit getal, wat duidelijk te maken heeft met de maan waarvan het woord tevens 27 maal wordt genoemd in de Koran, is een interessant harmonieus voorbeeld. (Wat een ander interessant harmonieus voorbeeld is, is dat het begrip ‘dagen’ als twee derivaten 27 en 3 maal voorkomt. Volgens de maandkalender ontstaan dagen doordat de maan een 27 daagse baan aflegt, en tevens door het ontstane verschil van 2-3 dagen die door de aarde ontstaat, inhaalt. Het begrip ‘dagen’ komt dan ook 27 maal in de vorm van ‘ayyam’ en 3 maal als ‘Yavmayni’ in totaal 30 maal voor.

 

 

Het voorkomen van het woord Maan (Qamar):

 

Rij Nr. Passage Rij Nr. Passage Rij Nr. Passage
1. 6:77 10. 22:18 19. 41:37
2. 6:96 11. 25:61 20. 54.1
3. 7:54 12. 29:61 21. 55:5
4. 10:5 13 31:29 22. 71:16
5. 12:4 14. 35:13 23. 74:32
6. 13:2 15. 36:39 24. 75:8
7. 14:33 16. 36:40 25. 75:9
8. 16:12 17. 39:5 26. 84:18
9. 21:33 18. 41:37 27. 91:2

 

 

  • In de Koran komen derivaten van het woord ‘jaar’ in totaal 19 maal voor. In de astronomie ontstaat de Meton periode in een tijdperk van ’19 jaar’; deze periode is in de astronomie van belang omdat het een gemeenschappelijke factor vormt bij de zonnekalender en de maanden die gebonden zijn aan de maan. Een andere benaming van de Meton periode is Enneadeceateris die 19 jaar (in het Grieks) betekent. De Meton periode verschilt met diens behelzen van 12 jaar in 12 maanden, en 7 jaar in 13 maanden.[44] Bij de toevoeging van een maand aan het zevende jaar van een maandjaar, die korter is dan een zonnejaar, bevindt het maandjaar zich op dezelfde stand als die van het zonnejaar. De enkelvoudige vorm van het woord ‘jaar’ wordt in de Koran 7 maal genoemd, terwijl de meervoudige vorm van dit woord (sinyn) 12 keer wordt vermeld, wat wederom een harmonieuze zaak is.

 

 

De verzen waarin het woord ‘jaar’ in het enkelvoud en meervoud wordt genoemd zijn de volgende:

 

1. 2:96 Enkelvoud
2. 5:26
3. 22:47
4. 29:14
5. 32:5
6. 46:15
7. 70:4
8. 7:130 Meervoud
9. 10:5
10. 12:42
11. 12:47
12. 17:12
13. 18:11
14. 18:25
15. 20:40
16. 23:112
17. 26:18
18. 26:205
19. 30:4

 

 

De Meton Periode is het samen op dezelfde lijn komen van de periodes van de zon en de maan, wat eens in de 19 jaar voorkomt. Een andere interessante kwestie is dat de woorden ‘zon en maan’ in de Koran samen 19 maal voorkomen, wat overeenkomt met het aantal hiervan in de Meton Periode.

 

 

De verzen waar ‘zon en maan’ samen voorkomen betreffen de volgende:[45]

 

Herhaling Hoofdstuk Vers Herhaling Hoofdstuk Vers Herhaling Hoofdstuk Vers
1. 6 96 8. 21 33 15. 41 37
2. 7 54 9. 22 18 16. 41 37
3. 10 5 10. 29 61 17. 55 5
4. 12 4 11. 31 29 18. 71 16
5. 13 2 12. 35 13 19. 75 9
6. 14 33 13. 36 40      
7. 16 12 14. 39 5      

 

 

Wanneer we de vers lezen die overeenkomt met de 19e vermelding van de zon en maand, zien we de overeenstemming tussen betekenis en de mathematische harmonie:

 

en de zon en de maan worden samengevoegd,[46]

 

 

                                                           Conclusie

 

 

Mijn fundamentele principe bij het schrijven van dit artikel is overeenkomstig met de fundamentele principes van vele andere geleerden van Islamitische filosofie. Dit principe betreft dat er geen tegenstrijdigheid kan zijn tussen Gods religie/openbaring/Koran, de correcte wetenschappelijke benadering voor het onderzoeken van Gods geschapen universum en het intellect/correcte filosofie dat ons door God geschonken is. Indien zich een tegenstrijdigheid voordoet, dan is er sprake van een foute tafsir, een foutieve wetenschappelijke benadering of een incorrecte beredenering.

 

Ik geloof dat deze en andere voorbeelden bijdragen aan ons begrip van sommige wijsheden van verzen uit de Koran, zoals hieronder vermeld, die tevens een antwoord bieden aan diegenen die een wonder verwachten van God door de aandacht te leggen  op het feit dat de Koran daarvoor toereikend is:

 

  • En zij zeggen: “Had er dan geen teken van zijn Heer vandaan tot hem neergezonden kunnen worden?” Zeg: “De tekenen zijn slechts bij God en ik ben alleen maar een duidelijke waarschuwer.”
  • Is het dan niet genoeg voor hen dat Wij tot jou het boek hebben neergezonden dat aan hen wordt voorgelezen? Daarin is barmhartigheid en een vermaning voor mensen die geloven.[47]

 

Dat de Koran niet het woord van een mens is of geschreven zou zijn door een uit mensen bestaande gemeenschap wordt bevestigd door vele bewijzen die afkomstig zijn uit verschillende velden. De methode om middels bewijzen uit verschillende velden tot bewijsstukken te komen is niet alleen voor dagelijkse onderwerpen, maar ook voor de wetenschappen ideaal. Deze methode wordt ‘consilience of induction’ (coïnsidentie van inductie) genoemd.[48] De conclusies die hier worden bereikt over de Koran zijn gebasseerd op de ‘buitengewoonheden’ uit dit ‘enkel Boek’ die overeenkomstig zijn met ‘bijzonderheden’ uit vele verschillende velden; daarom kan ik zeggen dat ik hier gebruik heb gemaakt van de methode ‘consilience of induction’.

 

Een andere manier van redeneren die we gebruiken in zowel het dagelijkse leven als in de wetenschappen is het evalueren van alternatieven en daarmee de meest geschikte alternatief uitkiezen.[49] Wanneer in de Koran staat dat de verzen uit het Boek niet nagemaakt kunnen worden, waar tevens ontkenners mee worden uitgedaagd, wordt er naar een dergelijke soort redenering gerefereerd.[50] Het is onmogelijk om een ander –alternatief- boek of werk te noemen dat in zijn ‘geheel’ zowel zeer belangrijke bijzonderheden als buitengewoonheden bevat, waar ik in dit werk slechts naar een klein deel heb gerefereerd. Een dergelijke redenering is een andere methode waar ik gebruik van maak. Deze methode en soort van bewijzen noem ik ‘Het beste argument tussen alternatieven’. Het feit dat een hoop ‘bijzonderheden’ en ‘buitengewoonheden’,  die hier slechts voor een klein deel zijn besproken zich in een ‘enkel Boek’ verzamelen getuigt middels de methodes ‘consilience of induction’ en ‘Het beste argument tussen alternatieven’ dat de Koran onmogelijk door een mens of een gemeenschap tot stand gekomen kan zijn, maar dat het enkel het werk van de Alwetende kan zijn.

[1] Het Koord van Allah (Hablullah) wordt genoemd in de volgende vers: 3- Ali Imran 104.

[2] Ik ben ervan overtuigd dat, al proberen wij slechts één boek te vinden tussen dergelijke boeken omtrent buitengewoonheden dat vergelijkbaar is met de Koran, dit niet zal lukken. Niettemoet moet men vergeten dat deze bijzondere kenmerken in het enkele Boek wordt benadrukt.

[3] 7- Al-A-raf- 117,126; 26-Ash-Shu-ara- 34-51.

[4] 24- Ash-Shu-ara- 60-66.

[5] 7- Al Aa’raaf- 133.

[6] 74- Al-Muddaththir- 25

[7] 2- Al-Baqarah-23; 17- Al-Isra-88

[8] 51- Adh-Dhariyat-47

[9] Aristotle, The Complete Works of Aristotle, Ed: Jonathan Barnes, New Jersey, Princeton University Press, 1984, On The Heavens, Bk. I, Ch. 9.

[10] Newton, Philosophical Writings, Ed: Andrew Janiak, Cambridge, Cambridge University Press, 2004, p. 23.

[11] Immanuel Kant, The Critique of Pure Reason, vert: J.M.D. Meiklejohn, Chicago, William Benton, 1971, p. 135-137.

[12] Caner Taslaman, The Big Bang, Philosophy and God, Istanbul, Nettleberry, p. 28-36.

[13] Stephen W. Hawking, Zamanin Kisa Tarihi, Vert: Sabit Say en Murat Uraz, Istanbul, Dogan Kitap, 1988, p. 47-53.

[14] Aan de andere kant moedigen de verzen uit de Koran, die aansporen tot het beredeneren en om les te trekken,  aan om wetenschappelijk onderzoek te verrichten; de geesten die deze verzen hebben aangespoord, hebben tussen de 7e en 13e eeuw wereldse grootste beschaving met betrekking tot wetenschap teweeggebracht. Het kan niet worden ontkend dat deze beschaving, geformd door de Koran, later is verdwenen, echter vormt deze zaak niet het onderwerp van dit werk.

[15] 21- Al-Anbiya-30

[16] Degenen die deze bestralingen hebben ontdekt hebben tevens de Nobelprijs gewonnen: Ralph A. Alpher en Robert Herman, Genesis of the Big Bang, Oxford, Oxford University Press, 2001, p. 107–129.

[17] De discussie luidt tegenwoordig niet meer om of het universum wel of geen begin heeft, maar wat zich in de eerste seconden van het begin heeft voorgedaan: Steven Weinberg, The First Three Minutes, New York, Basic Books, 1993.

[18] Voor twee voorbeelden over dit onderwerp: Caner Taslaman, The Big Bang, Philosophy and God, p. 111-164; William Lane Craig and Quentin Smith, Theism, Atheism and Big Bang Cosmology, Oxford, Clarendon Press, 1999.

[19] 41- Fussilat- 11

[20] Ralph A. Alpher en Robert Herman, Genesis of the Big Bang, p. 19: Caner Taslaman, Big Bang ve Tanri, p. 56-59.

[21] Hubert Reeves, Ilk Saniye, Vert: Esra Özdogan, Istanbul, Yapi Kredi Yayinlari, 2001, p. 29-43; Murray Gell-Mann, Quark and the Jaguar, New York, W. H. Freedman and Company, p. 177-198.

[22] 36- Ya-Sin-36

[23] 51- Adh-Dhariyat-50

[24] Albert Einstein, Izafiyet Teorisi, Vert: Gülen Aktas, Istanbul, Say Yayinlari, 1998.

[25] Het boek waarin ik het belang van dit onderwerp betreffende filosofie en theologie betoog is: Caner Taslaman, Modern Bilim, Felsefe ve Tanri, Istanbul, Istanbul Yayinevi, 2008, p. 49-66.

[26] 32- As-Sajdah-5

[27] 70- Al-Ma-Arij-4

[28] Caner Taslaman, The Big Bang, Philosophy and God, p. 150-151.

[29] Verzen uit de Koran waarin wordt gerefereerd naar de schepping in zes dagen: 7-Al-A’raf: 54, 11-Hoed: 7, 10-Joenos: 3, Al-Forqaan: 59, 32-Assadjdah: 4, 50-Qaaf: 38, 57-Al-Hadied: 4.

[30] Zie voor kenmerken van pulsars: Erich Chaisson en Steve McMillan, Astronomy Today, 4. Bs., New Jersey, Prentice Hall, 2002, p. 568-579.

[31] 86-Ath-Thariq 1-3

[32] Ik ben dit onderwerp voor het eerst tegengekomen in het boek van Mlivo en weet niet of daarvòòr iemand is geweest die de relatie tussen Tariq en Pulsar heeft gelegd: Mustafa Mlivo, Kur’an Ispred Nauke i Civilizacije, Sarajevo, Bemust, 2001, p. 135-136.

[33] 7- Al-A-raf- 133

[34] 7- Al-A-raf-73

[35] 5- Al-Ma-idah-110

[36] Ayval Leshem, Newton on Mathematics and Spiritual Purity, Dordrecht, Kluwer Academic Publishers, 2003.

[37] 83- Al-Muthaffifin-9, 20.

[38] 83- Al-Muthaffifin-9, 20.

[39] Abdurrezzak Nevfel, Kur’an’da Ölçü ve Âhenk, p. 187-188.

[40] Eric Chaisson en Steve McMillan, Astronomy Today, p. 198.

[41] Wat tevens interessant is, is dat de uitdrukkingen ‘Yavmkhoem en Yavmhoem’ beiden 5 maal; de uitdrukkingen ‘Yavmyzin en Yavm Ul-Kiyama’ beiden 70 maal symmetrisch voorkomen. De harmonie van de Koran is niet slechts waar te nemen met betrekking tot universele fenomenen; maar ook middels de relatie tussen woorden en begrippen uit het Boek. Echter wordt in dit werk geen focus gelegd op dergelijke voorbeelden buiten de astronomie.

[42] Celal Yeniçeri, Uzay Ayetleri Tefsiri, Istanbul, Erkam Yayinlari, 1995, p. 208.

[43] Jean Meeus, Mathematical Astronomy Morsels, Richmond, Willmann-Bell, 1997, p. 110.

[44] Jean Meeus, Mathematical Astronomy Morsels, p. 53.

[45] http://quranmiracles.com/mmwh/mmlhread.asp?id=4

 

[46] 75- Al-Qiyamah-9

[47] 29- Al-Ankabut-50,51

[48] Robert E. Butts, “William Whewell”, The Cambridge Dictionary of Philosophy, ed: Robert Audi, Cambridge, Cambridge University Press, 1999, p. 850-851.

[49] Vele argumenten die in het dagelijkse leven of in de wetenschap worden gebruikt zoals ‘inference to the best explanation’ (gevolgtrekking uit de beste verklaring) of ‘abduction’ (een selectie waarbij de meest geschikte hypothese als de juiste verklaring wordt aangenomen): Peter Lipton, Inference to the Best Explanation, London, Routledge, 2001.

[50] 2- Al-Baqarah-23, 24; 11- Hud-13, 14.